VVOR O23-3 – Neptunus-Schiebroek O23-1 (5-3, competitie)
Zaterdag 15 november 2025Uit bij VVOR begon het nog met hoop, geloof en zelfs een vleugje controle — dat soort gevaarlijke emoties waarvan je achteraf denkt: dat had je beter niet kunnen hebben. Jesse zette ons op voorsprong en heel even leek het alsof we op een normale zaterdagmiddag gewoon een pot voetbal gingen spelen. Geen drama, geen chaos, gewoon degelijk. Dat duurde precies tot VVOR besloot dat ze er ook nog bij waren. Daarna ging het snel. Eerst wankelde het, toen kraakte het, en vervolgens stortte het hele bouwwerk in elkaar als een IKEA-kast zonder handleiding. Voor rust al 1-1, wat toen nog voelde als "kan gebeuren”, maar achteraf gewoon een vriendelijk voorproefje van ellende.
Na rust dachten we: nu gaan we laten zien wie we zijn. VVOR dacht vooral: leuk plan, maar wij hebben andere ideeën. Binnen no-time stond er 4-1 op het bord en leek het meer op damage control dan op voetbal. Iedereen rende, niemand wist waarom, en de bal leek af en toe vooral een bijzaak. Toch kwam er ergens in die chaos nog een vonkje leven. Olaf en Martijn besloten dat ze niet voor niks waren meegereisd en prikten er beide één in. Heel even werd het weer geloofwaardig, heel even rook het naar een comeback, heel even dacht je: stel nou… Maar VVOR vond het allemaal wel gezellig genoeg geweest en deed tussendoor ook nog even mee aan het scorebord. Eindstand: 5-3. Pijnlijk, maar wel eerlijk — helaas.
En alsof het script nog een extra hoofdstuk nodig had, ontplofte het in de slotfase ook nog even volledig. Een opstootje, wat duwen, wat trekken, wat "ik weet niet precies wat er gebeurde maar ik ben er wel bij betrokken geraakt”. Resultaat: wij eindigen met 9 man, VVOR met 8. Twee van onze spelers verdwenen niet door de scheidsrechter, maar door een coach die vond dat hij ook recht had op VAR, tuchtcommissie én eindbeslissing in één.
En ergens tussen al die chaos door stond daar Joop, 15 jaar oud, onder de lat alsof hij per ongeluk in een volwassen oorlogsfilm was beland. Hem viel werkelijk niets te verwijten — sterker nog, hij keek vooral alsof hij dacht: "Is dit altijd zo?”
Het mooiste moment van de dag kwam misschien wel daarna. In de kleedkamer, waar je zou verwachten dat stilte of zelfreflectie zou heersen (wat er wel was, maar letterlijk 10 seconden duurde), werd gewoon een klein feestje gestart. Bier erbij, schouders omhoog, en het collectieve besluit dat we dit vooral snel moeten vergeten — behalve Joop, die heeft nu in één middag meer meegemaakt dan sommige keepers in een heel seizoen.
